Vereniging Groen |
en Blauw |
|
| stuur een bericht | terug naar startpagina | ||
![]() |
|
|
![]()
Zwaluwnesten
onder de dakrand
Huiszwaluw op het punt het nest binnen te gaan. |
Zwaluwen in het Oostelijk HavengebiedHet vrolijk vogelvolkje onder de dakrand van het gebouw aan de overkant heb ik jarenlang voor gierzwaluwen versleten. Pas toen ik van een vriendje voor mijn verjaardag de Bruuns vogelgids cadeau kreeg zag ik mijn vergissing en kreeg mijn leven er een dimensie bij. Want je hebt toch wel geluk als je tegenover de laatste kolonie huiszwaluwen van Amsterdam woont. Van half april tot half september wordt er wat afgebabbeld onder de dakgoten van de kapiteinswoningen aan het begin van het KNSM-eiland. Door een foldertje van Vogelbescherming Nederland kwam ik wat meer te weten en begon ik de nesten te tellen. Dat waren er jaren lang rond de dertig met een uitschieter naar 35. In de winter kwamen er wel een stuk of wat naar beneden maar die werden na aankomst van de kolonie in april heel voortvarend weer gerepareerd en zo ging dat jaren goed. Maar de omgeving veranderde ingrijpend en daardoor verdwenen blijkbaar ook de plaatsen waar de huiszwaluwen altijd het materiaal haalden om hun nesten mee te bouwen. Door de nieuwbouw kwam er veel asfalt en oevers werden aangepast en aangetast en er was steeds minder leem en klei te vinden en begin deze winter waren er nog nauwelijks tien nesten te zien. De kolonie bleef even groot zo te zien en elk voorjaar moest er met man en macht steeds meer schade worden hersteld. Ik besloot Jan Maarten Fiedeldij Dop van de gierzwaluwen te bellen en hem mijn zorg voor te leggen. Hij wist dat er bij elke stadsdeelraad een subsidiepotje was voor het bevorderen van huisvesting voor zwaluwen. Op zijn aanraden heb ik een plan gemaakt voor het plaatsen van kunstnesten. Ik heb geïnformeerd naar de prijs van een hoogwerker en bij Vogelbescherming gevraagd wat de nestplankjes kosten. Toen heb ik Herman Broenland van Zeeburg gebeld en ik heb hem mijn plan voorgelegd en gevraagd of er geld voor was.Ik kreeg van hem groen licht maar de woningbouwvereniging moest er toestemming voor geven. Van de bewoners kreeg ik het adres van woningbedrijf Amsterdam en daar sprak ik met Gerda Schimmel die direct erg enthousiast was. Omdat de tijd begon te dringen beloofde zij de bewoners te benaderen om te kijken of die misschien bezwaren hadden. Dat duurde, door de paasvakantie, toch nog even maar toen belde de opzichter van het gebouw, de heer Derksen, dat hij het verder zou regelen. Medio april zag ik tot mijn opluchting dat de plankjes er hingen. Nu is het inmiddels eind mei en de kolonie is weer op volle sterkte en alle oude nesten zijn weer bezet en vanmorgen zag ik tot mijn grote vreugde twee zwaluwkopjes uit een kunstnest gluren. Via Jan Maarten en Gerard Schuitemaker, allebei van de Gierzwaluwwerkgroep Amsterdam kwam ik terecht bij Marjos Mourmans van de gierzwaluwbescherming Nederland. Zij zag het plaatsen van kunstnesten als een tijdelijke oplossing maar het leek haar nog beter een kleiplaats aan te leggen zodat de zwaluwen het metselen niet verleren. Op haar aanraden heb ik op twee pallets een stuk waterdoorlatend folie gespijkerd en daarop heb ik 40 kilo boetseerklei verspreid. Het drijfvermogen van de pallets werd verhoogd door er stukken perspex tussen te stoppen die ik vond in een afvalcontainer. De pallets liggen nu in het water op een rustig plekje bij mijn woonschip tussen de broedende meerkoet en fuut op 20 meter afstand van de kapiteinswoningen en nu maar hopen dat het werkt. Het werkte inderdaad een tijdje goed. De zwaluwen kwamen klei voor hun nesten halen. Jammergenoeg spoelde op een dag alle klei weg door de veel te hoge hekgolf van een schip. De zwaluwen vonden gelukkig zelf een alternatief bij een bouwput op een korte afstand. Maar de bouwput is er nu niet meer dus we moeten voor het komend broedseizoen een nieuwe oplossing vinden. Ergens moeten de zwaluwen hun klei vandaan kunnen halen. We hopen dat het stadsdeel inziet dat ook voor deze kleine langdurige inwoners woonruimte nodig blijft en dat zij meewerken bij het vinden en handhaven van zo'n plek. Tot zover het artikeltje dat ik jaren geleden voor het blaadje van de Amsterdamse vogelwerkgroep schreef. Er is inmiddels veel gebeurd en het gaat boven verwachting goed. Het klei-scenario hebben we stevig aangepakt. Van PVC-buizen hebben we het frame van een vlot van 2,5 bij 2,5 meter gemaakt. Een paar balken uit een slooppand erop en daarop vijverfolie. In Limburg vonden we een bedrijf dat wel 3 kub klei/leem kon leveren voor een zeer geringe vergoeding. Die berg werd erg snel bezorgd en we hebben het maar op straat laten storten. In een dag hebben we de berg op het vlot geschept en de rest in grote zakken opgeslagen. Het vlot lag weer bij mijn woonschip langszij en er kwamen veel vogels kijken. De mussen probeerden te stofbaden en de eenden gingen druk aan het grondelen. Kraaien en eksters namen bekken vol mee om in hun nesten te verwerken maar de huiszwaluwen vlogen er overheen en zagen niets. Het volgend voorjaar kwam een bewoner van de kapiteinswoningen bij mij met de mededeling dat de huiszwaluwen nu nesten maakten met slib dat ze uit de dakgoten meenamen. De vogels plakten het aan de dakrand maar met dezelfde vaart viel het op de grond. Het was om wanhopig van te worden. We hadden toch echt alles uit de kast gehaald maar het lukte maar niet de zwaluwen de weg naar de klei te wijzen. We hebben weer zitten praten en denken op het hekje onder de nesten en opeens kwam iemand op het briljante idee om de klei op het dak te leggen bij de plek waar de zwaluwen de slib pakten. Snel hebben we uit één van de zakken waar we de klei in hadden opgeslagen, een flinke klont gepakt en op het dak gelegd en ... de volgende dag hadden ze het in de gaten. Hadden we maar eerder geweten dat de oplossing zo eenvoudig was.. Ze bouwen zich nu ieder jaar een slag in de rondte en de kolonie wordt groter. In 2005 kwam er nog even een donkere wolk aan de horizon want de woningeigenaar had besloten dat er groot onderhoud moest worden gepleegd. De steiger werd bezorgd en half april begon tot onze verbazing het opbouwen. Een medewerker van de afdeling vergunningen van het stadsdeel deelde onze verbazing en er volgde een overleg op straat met een vertegenwoordiger van de woningbouwvereniging, de uitvoerder, een stadsdeelmedewerker, de stadsdeelecoloog en twee leden van de gierzwaluwwerkgroep. Het was snel beklonken. De steiger moest 21 april tot de eerste verdieping worden gedemonteerd. Het schoonspuiten van de gevel mocht tot een halve meter van de nesten en de mussen (ook een rodelijstvogel) die in de bruidsluier en onder de dakpannen nestelen mochten niet worden verstoord. Aldus geschiedde en dit jaar lijken er meer vogels dan ooit in de kolonie te zijn. Het aantal zelfgebouwde nesten is weer boven de dertig en de kolonie is op deze manier veiliggesteld en geeft steeds meer buurtbewoners veel plezier. Inmiddels is het 2009 en wat hierboven geschreven is geldt nog steeds: de huiszwaluwen lijken een vaste plaats gevonden te hebben in dit stukje Zeeburg en de razendsnelle vogeltjes zorgen voor veel vermaak.
Heeft u vragen over vogels bij u in de buurt dan denken wij graag met u
mee.
|
|